Hoe weet je dat eigenlijk?
Tijdens de coronaperiode gaf ik online les. Monique zat in mijn groep en eerlijk is eerlijk: ze zat op dat moment al een beetje in mijn irritatiezone. Zij had de neiging om veel te herhalen wat ik zei. Ik legde iets uit, zij herhaalde het. Ik ging verder, zij kwam erop terug. En ergens onderweg begon dat bij mij te schuren.
Op een middag legde ik het huiswerk uit. Duidelijk, dacht ik. Echt duidelijk.
En toen vroeg ze: “Maar wat is nou eigenlijk het huiswerk?”
Ik voelde de irritatie al omhoogkomen. Serieus? Heb ik hier nou voor niks staan zwammen? Ik voelde me als lerares niet serieus genomen. Voor mij was het op dat moment vrij simpel: ik had het uitgelegd en zij had blijkbaar niet goed geluisterd.
Dat wíst ik.
Tenminste, dat dacht ik.
Pas veel later ben ik die situatie anders gaan bekijken. Monique had op haar manier behoefte aan grip op informatie. Door dingen te herhalen, probeerde ze juist vast te pakken wat ze hoorde. Iets wat ik toen ervoer als niet luisteren, kon voor haar juist een manier zijn om te begrijpen.
Daar moest ik toch even op kauwen.
Niet omdat mijn irritatie achteraf ineens onzin was. Ik was geïrriteerd en ik voelde me niet serieus genomen. Dat was echt. Alleen bleek dat gevoel mij nog niet automatisch te vertellen wat er bij Monique gebeurde.
Dat verschil zag ik toen helemaal niet.
Monique vroeg opnieuw naar het huiswerk. Dat gebeurde.
Ik voelde me niet serieus genomen. Dat gebeurde óók.
Maar Monique luistert niet naar mij was alweer iets wat ik ervan maakte.
En dat loopt soms razendsnel in elkaar over.
Je partner reageert kort en je weet dat er iets is. Een collega kijkt op een bepaalde manier en je weet precies wat die blik betekent. Iemand zegt iets en je lijf reageert meteen. Nog voordat er een tweede zin is uitgesproken, heb je misschien al een heel verhaal klaar.
Soms klopt dat verhaal gewoon.
Maar soms ook niet.
En dan komt bij mij steeds vaker die vraag op:
Hoe weet je dat eigenlijk?
Ik heb bijvoorbeeld jarenlang gedacht dat ik niet kon presenteren.
Daar kon ik ook prima bewijs voor leveren. Als iets strak vastlag, ik precies een verhaal moest volgen en ik het gevoel had dat anderen beter wisten waar ze het over hadden dan ik, dan liep ik vast. Ik raakte mijn draad kwijt, werd me bewust van ieder woord en dacht daarna vooral: zie je wel.
Alleen stond ik ondertussen ook jarenlang voor groepen les te geven.
Zet mij in een leslokaal, laat iemand een vraag stellen, geef me iets om te laten zien en laat me reageren op wat er gebeurt, en dan krijg je me eerder moeilijk stil dan aan de praat.
Toen begon dat stellige ik kan niet presenteren wat minder stevig te staan.
Niet omdat ik ineens besloot dat ik dus fantastisch kan presenteren. Dat zou gewoon hetzelfde kunstje zijn met een nieuw etiket erop.
Ik begon vooral te zien dat er nogal verschil zit tussen wat er gebeurt en wat ik daar vervolgens van maak.
Dat zie ik ook tijdens mijn lingerieopleiding.
Een cursist probeert picot aan te zetten. Scheef. Uithalen. Opnieuw. Nog steeds niet naar haar zin.
En dan komt ineens:
“Zie je wel. Ik kan dit gewoon niet.”
Ik moet daar soms een beetje om glimlachen. Niet om de cursist, want ik ken dat gevoel maar al te goed. Meer omdat ik zie hoe snel zo’n stukje elastiek promotie kan maken. Eerst zit het scheef en drie pogingen later is het bewijs geworden voor iets over jezelf.
Dat is nogal een carrière voor een stukje elastiek.
Misschien lukt het de vierde keer. Misschien pas veel later. Misschien blijf je het een rotklus vinden.
Kan allemaal.
Maar ergens tussen dit lukt me nu niet en ik kan dit niet gebeurt er iets.
En dat is precies waar ik liever eerst naar kijk.
Niet meteen: wat betekent dit?
Eerst: wat gebeurde er eigenlijk?
Wat zag ik? Wat voelde ik? Wat deed mijn lijf? Wat dacht ik daarna?
Want dat zijn niet automatisch dezelfde dingen.
Als mijn buik samentrekt, dan trekt mijn buik samen. Als ik spanning voel, dan voel ik spanning.
Maar waarom die spanning er is, is alweer een andere vraag.
Misschien klopt er inderdaad iets niet. Misschien raakt iemand een grens. Misschien herken ik iets ouds. Misschien ben ik gewoon moe.
Of misschien weet ik het nog niet.
Dat mag ook.
Sommige dingen vallen bij mij pas veel later op hun plek. Eerst gebeurt er iets en ik registreer het. Klaar. En weken later, onder de douche of midden in een gesprek, denk ik ineens: ooooh… wacht eens even.
Niet omdat het verleden veranderd is.
Wel omdat er informatie bij is gekomen.
Zo kijk ik nu anders naar Monique dan toen. Dat maakt die middag niet anders. Het maakt mij van toen ook niet dom. Ik keek toen met wat ik op dat moment zag, voelde en wist.
Nu weet ik iets meer.
En waarschijnlijk denk ik over een paar jaar hetzelfde over dingen waarvan ik vandaag nog overtuigd ben dat ik precies begrijp hoe ze zitten.
Eigenlijk vind ik dat wel een fijne gedachte.
Je hoeft niet voortdurend je hele leven te analyseren. Je hoeft ook niet overal een vraagteken achter te zetten.
Maar af en toe kan dat ene vraagje genoeg zijn:
Hoe weet je dat eigenlijk?
Misschien weet je het heel goed.
Misschien ontdek je dat je vooral weet wat jij voelde.
Misschien zie je ineens dat je ergens al heel lang betekenis aan geeft zonder nog te weten waar die vandaan kwam.
En misschien denk je gewoon: geen idee.
Ook goed.
Is er iets waarvan jij ooit echt dacht: zo zit het gewoon — en waar je later toch anders naar bent gaan kijken? Ik lees graag mee.
Cassandra