Ik ben nou eenmaal zo. Zeker?
Ik hoor mensen regelmatig iets over zichzelf zeggen alsof het ongeveer net zo vaststaat als hun geboortedatum.
“Ik ben chaotisch.”
“Ik kan niet presenteren.”
“Ik moet eerst alles begrijpen.”
“Ik ben gewoon een doener.”
“Ik heb veel vrijheid nodig.”
“Ik ben iemand die altijd doorgaat.”
Misschien klopt het allemaal.
Maar er komt bij mij vrij snel een andere gedachte op:
Hoe weet je dat eigenlijk?
Niet omdat ik wil bewijzen dat het niet waar is.
Ik vind het gewoon interessant hoe iets wat we ooit hebben ervaren uiteindelijk een zin kan worden over wie we zijn.
Mijn uitleg was toch duidelijk?
Tijdens de coronaperiode gaf ik online les.
Ik legde het huiswerk uit.
Duidelijk, dacht ik.
Vervolgens vroeg een cursist:
“Wat is nou eigenlijk het huiswerk?”
En ja hoor, daar kon ik behoorlijk geïrriteerd van raken.
Heb ik hier nou voor niks staan zwammen?
Ik had het toch uitgelegd?
Dat was mijn werkelijkheid op dat moment.
Later zag ik iets anders.
Dat ík iets duidelijk had verteld, betekende blijkbaar niet automatisch dat de informatie bij haar ook duidelijk was binnengekomen.
Dat is iets anders dan:
“Zij luistert niet.”
Of:
“Zij kan dit niet.”
Dus ben ik het huiswerk ook gaan opschrijven.
Meer was er eigenlijk niet nodig.
Nieuwe informatie. Andere aanpak.
Van “dit gebeurde” naar “zo ben ik”
Dat vind ik interessant.
Want we doen het ook bij onszelf.
Je moet een presentatie geven.
Je blokkeert.
Je voelt spanning.
Je struikelt over je woorden.
En daarna kun je denken:
Dat presenteren ging beroerd.
Of:
Ik kan niet presenteren.
Klein verschil in woorden.
Best groot verschil in betekenis.
De eerste zin vertelt iets over wat er gebeurde.
De tweede is bijna een persoonsbeschrijving geworden.
En als je hem vaak genoeg zegt, kan hij behoorlijk vast gaan zitten.
Ik heb niks tegen conclusies
Gelukkig maar.
We zouden knettergek worden als we iedere ochtend opnieuw moesten onderzoeken of koffie nog steeds koffie is.
Conclusies zijn handig.
Ervaring ook.
En soms weet je na twintig pogingen inderdaad:
Dit is niet bepaald mijn talent.
Prima.
Hoofdgoed gaat wat mij betreft niet over alles wat je denkt verdacht maken.
Het wordt pas interessant wanneer een conclusie ongemerkt een feit is geworden.
Want misschien kun je inderdaad slecht presenteren.
Maar misschien alleen wanneer er dertig mensen naar je kijken.
Misschien kun je één-op-één geweldig uitleggen.
Misschien gaat het prima wanneer je over lingerie praat en klap je dicht zodra iemand PowerPoint zegt.
Dan is:
“Ik kan niet presenteren”
ineens wel erg groot voor wat er werkelijk gebeurt.
Vandaag
In mijn lessen vraag ik daarom liever niet:
Hoe leer jij?
Alsof je één gebruiksaanwijzing hebt die voor de rest van je leven geldt.
Ik kijk liever naar wat iemand daadwerkelijk doet.
De één schrijft.
De ander kijkt.
Iemand wil eerst begrijpen.
Een ander begint gewoon en ziet onderweg wel waar het schip strandt.
En morgen kan dat anders zijn.
Dus mijn vraag wordt:
Wat hielp je vandaag?
Dat woord vind ik belangrijk.
Vandaag.
Bij dit.
Onder deze omstandigheden.
Daar hoeven we nog niet meteen een verhaal over jouw karakter van te maken.
Eerst zien wat er gebeurt
Daar zit voor mij een groot deel van Hoofdgoed.
Niet onmiddellijk verklaren.
Eerst waarnemen.
Dit gebeurde.
Dit dacht ik.
Mijn lijf reageerde.
Ik voelde iets.
Ik deed vervolgens dit.
Misschien ontstaat er meteen een verband.
Misschien pas drie weken later onder de douche.
En misschien helemaal niet.
Ook prima.
Soms is informatie gewoon informatie.
En dan zo’n irritant vraagtekentje
Misschien hoor je jezelf vandaag zeggen:
“Ik ben nu eenmaal…”
“Ik kan gewoon niet…”
“Ik moet altijd…”
Je hoeft daar van mij niets mee.
Je hoeft het ook niet te vervangen door een positieve spreuk op de koelkast.
Misschien kun je er alleen heel even een klein vraagteken achter zetten.
O ja? Hoe weet ik dat eigenlijk?
Misschien blijkt het volledig te kloppen.
Misschien ontdek je een uitzondering.
Misschien denk je:
Geen idee.
Alle drie bruikbaar.
Want het doel is niet dat je een ander mens wordt.
Het interessante begint al wanneer je iets wat automatisch waar voelde ineens weer kunt zien.
En soms ontstaat daar ruimte.
Niet omdat iemand je een nieuw antwoord heeft gegeven.
Maar omdat je je eigen antwoord opnieuw mocht bekijken.